5 aug 2026

Toen ‘trouw in het kleine’ persoonlijk werd

 Vandaag kwam er een dagtekst langs:

Lukas 16:10 Wie trouw is in het minste, is ook in het grote trouw. En wie onrechtvaardig is in het minste, is ook in het grote onrechtvaardig.

Ik vond het meteen een mooie tekst. Trouw in het minste, trouw in het grote...  maar op den duur dacht i: wat zei Jezus hier eigenlijk? Tegen wie en waarom? Ik had tijd, dus bekeek ik de context

In het Grieks staat niet letterlijk in het grote, maar in veel. Het woord pistos betekent trouw of betrouwbaar. Daartegenover staat adikos: onrechtvaardig, oneerlijk. Dat is scherper dan simpelweg onbetrouwbaar. Dus ongeveer zoals op het plaatje

En toen ik verder las, zag ik dat Jezus dit zegt na de gelijkenis van de onrechtvaardige rentmeester. Het gaat over wat iemand is toevertrouwd. Hoe ga je daarmee om? Ben je betrouwbaar wanneer het maar om iets kleins lijkt te gaan? Jezus betrekt dat vervolgens concreet op geld en bezit. Niet omdat dit het enige is waarop de tekst kan slaan, maar  ik denk vooral dat Hij dat deed omdat onze omgang met bezit veel laat zien over ons hart.

In de Joodse wereld van Jezus was bezit niet zomaar iets waar je volledig zelf over beschikte. Je leefde als rentmeester voor God. Dat sluit ook aan bij het Joodse begrip tzedakah: geven is niet alleen aardig of gul zijn, maar recht doen met wat God je heeft gegeven.

En toen kwam de tekst opeens heel dichtbij.

Voordat ik tot geloof kwam, was ik niet bepaald trouw in het geringste. Ik nam het met eerlijkheid niet zo nauw. Ik loog. Ik stal. Ik leende dingen en bracht ze niet altijd terug. Mijn en dijn waren bij mij soms nogal elastische begrippen

😓Daar ben ik niet trots op. 

Ik denk er niet graag aan terug. Nu ook niet dus. Maar deze woorden brachten me weer terug bij wie ik nu ben. Paulus schrijft ergens:

“En dit waren sommigen van u. Maar u bent gewassen…”
1 Korinthe 6:11

Dat is precies het wonder. Ik werd niet eerst steeds eerlijker om daarmee Gods genade te verdienen. God wachtte niet tot ik mezelf had opgeknapt. Hij was mij genadig terwijl ik nog midden in mijn oneerlijkheid zat. Tot mijn eigen verbazing ging ik Hem liefhebben. De woorden van Ruth kregen betekenis voor mij: “Uw God is mijn God.” En wanneer je echt van God gaat houden omdat Hij van jou houdt... wil je ook anders gaan leven. Daarom werd deze  tekst super belangrijk voor mij. Ik heriner het me terwijl ik hierover schrijf.

“Wandel voor Mijn aangezicht en wees oprecht.”
Genesis 17:1

In het Hebreeuws staat daar tamim: heel, integer, onverdeeld. Geen dubbel leven. Geen dubbele boekhouding voor Gods aangezicht. Sjonge... dat die woorden nu al veertig jaar met mij mee wandelen. Van mijn achttiende tot mijn achtenvijftigste. Over bergen en door dalen. Veertig jaar... dat klinkt bijna bijbels.

Wandelen voor Gods aangezicht is soms moeilijk. Oprecht leven gaat niet vanzelf. Er blijven plekken waarin Hij mij nog steeds leer om trouw te zijn, juist in datgene wat klein en onbelangrijk lijkt. Maar ik wandel niet alleen. Hij is mijn Helper. En de God Die mij oproept om trouw te zijn, is Zelf volkomen trouw. Dat heeft Hij al die jaren laten zien. Eigenlijk veel langer. 

En zo werd deze dagtekst voor mij meer dan een mooie spreuk. 

 Een spiegel en herinnering

Heb jij dat ook wel eens met een tekst uit de Bijbel?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten