14 jun 2026

De weduwen die steeds werden vergeten

Ik ben aangekomen bij Handelingen 6.

Eerlijk gezegd is dit zo'n hoofdstuk waar ik normaal snel doorheen lees. Een klacht, zeven mannen worden aangesteld, en dan gaat het verhaal verder met Stefanus. Maar ik koos voor slow down. Want waar gaat dit eigenlijk over?

Bospaadje onder een heldere blauwe lucht met de tekst: 'They belonged—and still fell between the cracks.' Illustratie bij een blog over Handelingen 6 en de vergeten weduwen in de vroege gemeente

Het begint met een klacht van weduwen. Het zijn niet zomaar weduwen, maar de weduwen van de Grieks-sprekende Joden. Vrouwen die blijkbaar steeds weer werden overgeslagen bij de dagelijkse voedseluitdeling.

Dat raakte me.

Hoe kon dat nou gebeuren?

Dat onderzocht ik en ik kwam uit bij dit:

Jeruzalem was in die tijd geen eenvoudige, uniforme samenleving. Er woonden Joden die al generaties lang in Judea leefden, maar ook Joden die waren teruggekeerd uit de diaspora. Ze spraken Grieks, hadden andere netwerken en soms een andere culturele achtergrond. Ze hoorden erbij. Maar blijkbaar ook weer niet helemaal. Misschien hadden deze weduwen minder familie om voor hen op te komen. Misschien kenden ze minder mensen ofzo. Het gebeurde vast niet expres dat ze vergeten werden.

Maar Lukas gebruikt een werkwoord dat suggereert dat dit niet één keer gebeurde. Ze bleven over het hoofd gezien worden. En toen voelde Handelingen 6 verrassend actueel.

Hoeveel mensen zitten er vandaag niet aan de rand van een gemeenschap? Ze horen erbij, maar zijn niet zichtbaar. Niet omdat iemand bewust kwaad wil doen, maar omdat ze eenvoudigweg niet op de radar staan.

Wat mij vooral treft, is de reactie van de apostelen. Ze wuiven het probleem niet weg. Ze zeggen niet dat mensen zich aanstellen. Ze wijzen ook niet op alle andere dingen die goed gaan. Nee, ze nemen het probleem serieus. De gemeente wordt bijeengeroepen en er wordt naar een oplossing gezocht. Mensen krijgen verantwoordelijkheid. Er wordt echt gelijk gehandeld nu

Dat doet me denken aan de woorden uit Deuteronomium:

"De arme zal immers nooit uit het land verdwijnen. Daarom gebied ik u: open uw hand wijd voor uw broeder, voor de ellendige en de arme in uw land." (Deuteronomium 15:11)

Die opdracht verdween niet toen de gemeente van Jezus ontstond. Integendeel. In Handelingen 6 zie je haar in praktijk gebracht worden. Geen grote wonderen. Geen indrukwekkende preek. Gewoon weduwen die gezien moeten worden. Dat vind ik een van de mooiste dingen van dit hoofdstuk.

Dat Gods werk soms zichtbaar wordt in iets heel eenvoudigs: mensen die merken dat iemand wordt vergeten... en besluiten daar iets aan te doen.

12 jun 2026

Gamaliël — Handelingen 5

In Handelingen 5 zijn hogepriester, de tempelleiders en de raad woedend. Petrus heeft net gezegd dat de God van hun vaderen Jezus heeft opgewekt... de Messias die zij hadden gedood door Hem aan een hout te hangen. Dat komt hard binnen. Ze willen de apostelen doden.

Maar dan staat Gamaliël op.

Hij is een Farizeeër, een leraar van de wet, en iemand die door het volk gerespecteerd wordt. Hij laat zich niet meeslepen door de woede in de zaal. 

Hij zegt: wees voorzichtig. Als dit werk alleen uit mensen is, zal het vanzelf verdwijnen. Maar als het uit God is, kunnen jullie het niet tegenhouden. Dan zouden jullie zomaar tegen God zelf strijden.

Gamaliël wordt hier niet getekend als volgeling van Jezus. Wel als een wijze man. In een kamer vol dreiging wordt hij de stem die afremt.

Dat doet me denken aan een Joodse spreuk uit Pirkei Avot: "Elke bijeenkomst die omwille van de hemel is, zal blijven bestaan; maar een bijeenkomst die niet omwille van de hemel is, zal niet standhouden."

Die woorden leggen iets bloot. Je kunt samenkomen rond God, maar toch gedreven worden door iets anders: angst, controle, eergevoel, groepsdruk, het beschermen van je eigen positie. Aan de buitenkant kan het vroom lijken. Maar vanbinnen het tegenovergestelde. En juist dan is Gamaliëls waarschuwing nodig.

Wacht.
Wees voorzichtig.
Misschien zie je nog niet wat God aan het doen is.

---

Vragen

  1. Wanneer is iets werkelijk omwille van de hemel?
  2. En wanneer gebruiken we de hemel vooral om onszelf te beschermen?

8 jun 2026

Ananias en Saffira: de grens rond het heilige

Ik wilde Ananias en Saffira eigenlijk overslaan. Als kind vond ik dit verhaal eng. Twee mensen liegen... en dan zijn ze ineens dood.

Maar ik las het toch. En toen viel me iets op. Vlak hiervoor verkoopt Barnabas een stuk land. Daarna verkopen Ananias en Saffira ook iets van hun bezit. Aan de buitenkant lijkt het op dezelfde toewijding. Maar het is het niet. In Handelingen 5:2 staat in het Grieks het woord nosphizomai: iets voor jezelf achterhouden, iets stiekem apart houden. 

En dat woord doet denken aan Achan, die nam van wat aan God gewijd was. Nadab en Abihu, die met vreemd vuur tot God naderden. Bij Uzza, die de ark vastgreep alsof de heilige aanwezigheid van God door mensenhanden beheerd kon worden.

Ze gingen allemaal een grens over. Niet zomaar de grens van een gewone fout. Maar de grens rond Gods heiligheid. Alsof je dichtbij God kunt komen, terwijl je ondertussen zelf de controle houdt. Alsof je iets aan Hem geeft, maar het toch van jezelf laat blijven.

Petrus zegt niet: ‘Jullie hadden meer moeten geven.’
Hij zegt: ‘Jullie hebben gelogen tegen de Heilige Geest.’

En zowel Ananias als Saffira wordt persoonlijk aangesproken. Allebei krijgen ze een moment om eerlijk te zijn. Allebei blijven ze toch bij de leugen. 

🥹Allebei overleefden ze dat niet.

Hierna sloten mensen zich niet zomaar meer bij de gemeente aan. Niet omdat ze negatief over hen dachten... maar omdat zagen dat het niet iets vrijblijvends was. De apostelen bleven gewoon openlijk onderwijs geven in de zuilengang van Salomo, op het tempelplein.

Iets van mijn oude angst weg. Dit ging niet over zomaar een klein leugentje. Er zat een veel diepere laag onder, die ik als kind niet zag

“Want de HEERE is hoogverheven, toch ziet Hij om naar de nederige, maar de hoogmoedige kent Hij van verre.” Psalm 138:6