13 apr 2026

Zijn Genade is Groter

1 Timotheüs 1:13 ... Aan mij, die vroeger een godslasteraar was, een vervolger en een verdrukker. Maar mij is barmhartigheid bewezen.

Misschien ken je iemand die het christelijke leven saai is gaan vinden. Zo iemand loopt niet over van vreugde. Hij stemt in met de gedachte dat Christus gekomen is om zondaren te redden. Maar als je hem vraagt: Van welke zonden heeft Jezus jou verlost? weet hij niets te zeggen.

Als je niet kunt bedenken waar je vergeving voor nodig had, ervaar je ook niet veel liefde voor Christus en wat Hij deed aan  het kruis. Je raakt gauw uitgekeken op het christelijke geloof.

Het is belangrijk om je zonden te herinneren. 

Maar let wel op wannéér je je vroegere zonden met anderen deelt. 

  • Sommige mensen kunnen geholpen worden door te weten hoe Christus jou heeft verlost. 
  • Anderen zouden er mee geholpen zijn  als ze het niet weten, zodat ze zich niet spiegelen.


Tip: Houd ook rekening met de mate van vertrouwen, de diepte van de relatie en de geestelijke rijpheid van de ander, als je er wèl iets wilt delen

Paulus’ zonden waren openbaar. Iedereen wist wat hij gedaan had. En hij gebruikt dat tot eer van God. Paulus is niet bang om zijn vroegere zonden onder ogen te zien. Hij leeft niet in ontkenning. Hij maakt geen excuses. Hij weet dat hij een zondaar is. 

Het evangelie brengt deze eerlijkheid voort

Satan is er blij mee als je vergeet waar je vandaan kwam. Wat je zonden waren, en dat Hij het vergaf. Want dan zul je Christus niet zo intens meer liefhebben als in het begin, en ook niet meer groeien. Maar wanneer je je wèl zonden regelmatig  "gedenkt", zal hij dáár weer misbruik van kunnen maken. Je influisteren wat een mislukkeling je bent. 


Denk dan hier aan: "Er is geen veroordeling voor hen die in Christus Jezus zijn" (Rom. 8:1).

Laat de herinnering aan je zonden een middel zijn om Gods barmhartigheid groot te maken. Denk niet alleen aan je zonden maar ook aan het unieke van Zijn offer en Zijn vergeving.
Paulus zegt: “Kijk wie ik was! Als Gods barmhartigheid mij heeft kunnen redden, kun je vertrouwen op Zijn vermogen om jouw leven te veranderen, en ook het leven van anderen, hoe gebroken of weerbarstig zij ook op dit moment (nog) zijn.”

Ben je lauwe christen?
Laat de herinnering aan je zonden Gods barmhartigheid groot maken.

---

© Colin S Smith. Website: OpentheBible.org
Vrij vertaald door Aritha Vermeulen

10 apr 2026

De Leer of de Heer?

Vanmorgen stond ik te strijken en luisterde ik iets via Truth For Life naar Alistair Begg. Het was een korte meditatie. en hij stelde zichzelf deze vraag: “Am I seeing and teaching Christ in and from the Scriptures?”

Die vraag nam me meteen mee naar mijn vorige gemeente.

Vrouw bij raam in zacht licht, nadenkend en vermoeid

Een paar jaar geleden.

Er was een scheuring geweest en daarna verschoof alles. De focus kwam steeds meer te liggen op de TULIP-leer: wat klopt, hoe zit het precies, waar liggen de accenten. Doordeweeks avonden, vergaderingen, zondags dezelfde lijn. Want ja... de neuzen moesten dezelfde kant op staan en dat lukte maar niet.

“Am I seeing and teaching Christ in and from the Scriptures?”
Nee.
Hij ontbrak.

Hij was niet meer het hart van de prediking. Het ging over de leer.
En na een jaar merkte ik: dit hou ik niet vol. Ik kwam op een avond thuis, echt moe... na weer een vergadering waar mensen discussieerden, elkaar de maat namen en soms gewoon de mond werd gesnoerd. En het enige wat ik dacht was: Heere, waar bent U? Help me.

Voordat ik naar bed ging, las ik Psalm 131. Mijn lievelingspsalm.

“... mijn ziel is als een gespeend kind bij U.”

Open Bijbel in zacht licht op houten tafel

Dat wilde ik.
Zo zijn als dat kind. Bij Hem.

Ik was klaar met de TULIP* zoals die daar functioneerde.
Ik wilde Jezus terug.

De Jezus… die zei: “Komt tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven. Neemt Mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart; en u zult rust vinden voor uw ziel. Want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht.”

Vanmorgen, bij die meditatie, was dacht ik opeens terug aan die tijd. 
Hoe verward ik  toen was en rust vond bij Hem. 

Wat Alistair Begg vanmorgen zei, raakte precies dat punt. De echte toets van het geestelijke leven ligt niet in hoe scherp we de leer verwoorden, of hoe strak alles is afgebakend. De vraag is eenvoudiger en tegelijk veel dieper: zien we Jezus in de Schriften, leven we met Hem, en hoe gaan we om met een broeder of zuster die daar anders in staat, maar Hem wél liefheeft?

Ik hou van theologie, maar niet van een theologie die als een mal op een gemeente wordt gedrukt... ook niet als het de TULIP-leer is. Want het gaat mij om de Heere Jezus. Hij is het van Wie ik houd. Ik wil Hem beter leren kennen, meer van Hem ontdekken.**


More about Jesus would I know,
More of His grace to others show;
More of His saving fullness see,
More of His love who died for me.

More about Jesus let me learn,
More of His holy will discern;
Spirit of God, my teacher be,
Showing the things of Christ to me.

More about Jesus, in His Word,
Holding communion with my Lord;
Hearing His voice in every line,
Making each faithful saying mine.

More about Jesus, on His throne,
Riches in glory all His own;
More of His kingdom’s sure increase,
More of His coming, Prince of Peace.


Deze meditatie luisterde ik via Truth For LifeSeeing Christ in the Scriptures

*TULIP (achtergrondinformatie – niet mijn eigen positie)

** Efeze 3
Om deze reden buig ik (Paulus) mijn knieën voor de Vader van onze Heere Jezus Christus, naar Wie elk geslacht in de hemelen en op de aarde genoemd wordt, opdat Hij u geeft, naar de rijkdom van Zijn heerlijkheid, met kracht gesterkt te worden door Zijn Geest in de innerlijke mens, opdat Christus door het geloof in uw harten woont en u in de liefde geworteld en gefundeerd bent, opdat u ten volle zou kunnen begrijpen, met alle heiligen, wat de breedte en lengte en diepte en hoogte is, en u de liefde van Christus zou kennen, die de kennis te boven gaat, opdat u vervuld zou worden tot heel de volheid van God. Hem nu Die bij machte is te doen ver boven alles wat wij bidden of denken, overeenkomstig de kracht die in ons werkzaam is, Hem zij de heerlijkheid in de gemeente, door Christus Jezus, in alle geslachten, tot in alle eeuwigheid. Amen.

 

Lees ook:

  1. Als een kerk scheurt
  2. Bijbellezen in tijd van kerkconflict
  3. 10 tips om kerkpijn te verwerken

5 apr 2026

Hij leeft.

De sabbat is voorbij. Ik sluit de deur zachtjes achter me en hoor ergens in de verte een haan kraaien. Het is nog donker. Ik trek mijn omslagdoek dichter om me heen en begin te lopen, de bundel met specerijen stevig tegen me aan gedrukt. De geur van mirre en aloë hangt om me heen.

Ze hadden Hem daar neergelegd. In linnen doeken gewikkeld. De steen ervoor gerold. Zo hadden we Hem achtergelaten... net op tijd klaar voor de sabbat.

Nu is de derde dag. 

Onderweg sluiten de anderen zich bij me aan. We lopen dicht bij elkaar, zeggen weinig. Alleen dat ene zinnetje: wie zal de steen voor ons wegrollen?

Als het graf in zicht komt, blijf ik plots staan. De steen is weg! De bundel specerijen glijdt uit mijn handen. O nee... hebben ze Hem, hebben ze Hem....

“Ze hebben Hem weggehaald,” zeg ik wanhopig. Ik draai me om en ren terug, zoek Shimon en Yochanan. Ik bons op de deur en verlies als de voorzichtigheid uit het oog “Ze hebben Hem weggehaald… we weten niet waar ze Hem hebben neergelegd.”

De mannen komen meteen mee en we rennen terug. Ik sjor mijn tuniek omhoog om hen bij te houden. Zonder iets te zeggen gaan zij het graf in, bukken zich, kijken.  Het blijft stil. Als ze weer naar buiten komen, zie ik aan hun gezicht dat het klopt. Hij is weggenomen.  Ze zeggen niets en gaan.

Maar ik blijf. Ik kan niet weg. Ik sta bij de opening en huil. Dan buig ik me voorover en kijk naar binnen. De doeken liggen er nog.

Maar Hij is er niet.

Er zitten er twee, in het wit. Waar Hij gelegen had. “Waarom huil je?” vragen ze.

“Omdat ze mijn Heere hebben weggenomen,” snik ik, “en ik weet niet waar ze Hem gelegd hebben.”

Opeens hoor ik geluid achter me. De tuinman? Heeft hij... Ik vraag het, ik moet het weten. Waar hebben ze Hem neergelegd.

“Miryam.”

Die stem.

“Rabboeni.”

Ik kijk. Alles wordt scherp. Alsof er iets wegvalt. Ik zie Hem zoals Hij is.

Ik ga naar Hem toe, wil Hem vastpakken, meenemen, Hem verstoppen voor het Sanhedrin... 

Maar Hij  doet een stap terug en zegt:
“Houd Mij niet vast Miryam, want Ik ben nog niet opgevaren naar de Vader. Ga naar Mijn broeders en zeg hun: Ik vaar op naar Mijn Vader en uw Vader, en naar Mijn God en uw God.”

Ik blijf nog even staan en denk diep, diep na terwijl ik Hem in me opneem. Ik zie dat Hij het echt is. Ik geloof. Hij leeft. Hij....

Ik snap het niet. Dan draai me om en ga. Onderweg herhaal ik zijn woorden, bang dat ik ze vergeet en als ik hen vind, gooi ik het eruit: “Ik heb de Heere gezien,” en Hij zei: Ga naar Mijn broeders en zeg hun: Ik vaar op naar Mijn Vader en uw Vader, en naar Mijn God en uw God."

Ze kijken me aan en Ik kijk terug.

We staan daar. En we weten van blijdschap niet wat we moeten doen.

Hij leeft!