In Handelingen 1 wordt Jezus opgenomen in de hemel.
De discipelen blijven Hem nakijken. Hun ogen zijn omhoog gericht, naar de hemel. En dan klinkt ineens die vraag:
“Galilese mannen, waarom staat u omhoog te kijken naar de hemel?” Handelingen 1:11
Die vraag haalt hen terug.
Jezus is naar de hemel gegaan. Hij zal ook terugkomen. Maar nu moeten zij niet blijven staan kijken. Ze moeten terug naar Jeruzalem. Daar moeten ze wachten op wat de Vader beloofd heeft.
En dan staat er:
“Deze allen bleven eensgezind volharden in het bidden en smeken…” Handelingen 1:14
Dat vind ik zo mooi.
Ze weten nog niet precies hoe en wat er gaat gebeuren.
Ze weten alleen dat Jezus iets beloofd heeft.
En dus blijven ze bij elkaar. Ze wachten. Ze bidden. Niet los van elkaar, maar samen. Dit vakt me op: de broers van Jezus zijn erbij. Eerder geloofden zij niet in Hem. Maar nu zijn ze daar. Gewoon tussen de anderen. Ook zij wachten op de belofte van de Vader.
Dat raakt me.
Want soms denk ik dat iemand nooit zal veranderen. Dat een hart te gesloten is. Dat ongeloof te diep zit. Maar bij de broers van Jezus zie je: wat onmogelijk lijkt, kan God toch doen.
Daarom bid ik voor mijn kinderen.Omdat ik geloof dat Hij machtig is om te doen wat ik niet kan.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten