Ik ben nog steeds bezig met Handelingen. Wat een rijk boek is dat. Deze week kwam ik niet toe aan een uitgebreide woordstudie, maar ik kan wel iets delen dat ik op 26 mei al in het Engels op Instagram zette.
Wat mij raakte, is hoe diep de eerste discipelen nog geworteld waren in Jeruzalem en verbonden bleven met de tempel.
Lukas schrijft dat zij volhardden in “de gebeden”... in het Grieks: taîs proseuchaîs (ταῖς προσευχαῖς). Dat is meer dan alleen een algemene opmerking dat zij baden. In de context van Handelingen klinkt daarin iets mee van het bestaande gebedsleven van Israël.
Ook na Jezus’ hemelvaart stonden zij niet los van de tempel. Op de Pinksterdag klinkt Petrus’ uitleg al vroeg in de morgen; hij zegt immers dat het nog maar het derde uur van de dag is. En later, in Handelingen 3, zien we Petrus en Johannes opgaan naar de tempel, op het uur van het gebed.
Daniël opende ooit zijn vensters naar Jeruzalem om te bidden. Maar hier zijn de discipelen werkelijk dáár: in Jeruzalem, bij de tempel, en zij voegen zich in de gebeden van Israël tot de God van Israël.
De Messias is gekomen.
De Geest is uitgestort.
En toch blijven zij volharden in de gebeden.
Maar tegelijk gaan de woorden van Jezus tot de Samaritaanse vrouw steeds dieper oplichten: de aanbidding zou niet voorgoed gebonden blijven aan deze berg of aan Jeruzalem alleen. De Vader zoekt aanbidders die Hem aanbidden in geest en waarheid.
Dat is geen losraken van Israël.
Het is de beweging van Gods belofte: vanuit Israël naar de volken.
En dat is nog steeds onze hoop.
De wortels blijven in Israël.
De roeping beweegt zich verder naar buiten.
En de Vader zoekt nog steeds aanbidders —
ook hier, ook nu.
Want vanwaar de zon opgaat tot waar zij ondergaat, zal Mijn Naam groot zijn onder de volken. Op elke plaats zal aan Mijn Naam reukwerk worden gebracht en een rein offer; want Mijn Naam zal groot zijn onder de volken, zegt de HEERE van de legermachten.
Maleachi 1:11
---
Geschreven op 26 mei... op de dag waarop deze woorden mij opnieuw lieten zien hoe Gods gebedshuis in Jeruzalem nooit bedoeld was als eindpunt, maar als beginpunt van een aanbidding die de volken zou bereiken.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten