De dagen tussen Hemelvaart en Pinksteren.
Jezus is opgenomen in de hemel. De discipelen zien Hem niet meer. En toch schrijft Lukas dat zij terugkeerden naar Jeruzalem “met grote blijdschap” ... meta charas megalēs. Met grote vreugde.
Niet met lege handen. Niet verslagen. Niet alsof alles voorbij was.
Maar met vreugde.
Dat woord megalēs komt van megas. Je hoort er serieus ons woord “mega” in. Het was dus geen mini blijdschap. Het was grote blijdschap. Mega-vreugde.
Want Jezus liet hen niet zonder belofte achter. Hij had gezegd dat zij moesten wachten op de belofte van de Vader. In Handelingen wordt duidelijk wat dat betekent: zij zouden met de Heilige Geest gedoopt worden. Dus keren ze terug naar Jeruzalem. De dagen na Pesach worden nog geteld. Pinksteren komt dichterbij. Nog ongeveer tien dagen wachten.
En wat doen zij in die dagen?
Lukas vertelt dat zij voortdurend in de tempel waren en God loofden. En in Handelingen 1 lezen we dat zij eensgezind volhardden in het gebed. Geen lege wachttijd dus.
Toen ik daarover nadacht, hier op mijn rode bankje, vroeg ik me ineens af: is dat ook niet hoe ik moet leren wachten? Niet leeg of rusteloos wachten, maar biddend, lovend, samen in de samenkomst, met mijn man hier thuis....
Bid zonder ophouden. Zing voor de Heere. Bemoedig elkaar. Bouw elkaar op. Verzuim de onderlinge samenkomst niet. Verwacht Zijn Zoon uit de hemel.
Soms vergeet ik dat. Daarom dit mijn gebed:
Heere, leer mij opnieuw wachten.Niet doelloos
Maar met grote vreugde.
Omdat U zei
dat U terugkomt.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten