Wat ik eerder niet zo scherp zag: Handelingen 4 gaat niet over “christendom tegenover Jodendom”. Dat is veel te slordig gelezen.
We zien hier Messiasbelijdende Joden, staand in de tempel, die de opstanding verkondigen in de Naam van Jezus... terwijl zij tegenover een machtige en corrupte tempelstructuur komen te staan.
Lukas noemt de namen: Annas, Kajafas en de familie van de hogepriester. Dat waren niet zomaar wat religieuze leiders. Zij hoorden bij een van de invloedrijkste priesterlijke kringen in het Jeruzalem van de eerste eeuw. Hun macht was nauw verbonden met de tempel: de offers, goedgekeurde offerdieren, de tempelbelasting, de geldwisselaars, de schatkist, de openbare orde en de tempelwacht.
Dus toen Petrus en Johannes juist dáár de opstanding verkondigen, was dat geen privé-overtuiging in een veilige hoek maar een openbaar getuigenis, midden in het gebied waar de priesterlijke macht haar gezag uitoefende.
De God van Abraham, Izak en Jakob had Jezus, Zijn Knecht, verheerlijkt... en Hem uit de doden opgewekt. Ja juist Hem Die door deze tempelmacht was verworpen.
Daarom is Handelingen 4 zo geladen.
De tempelautoriteiten konden de tempel bewaken.
Zij konden de getuigen laten arresteren.
Zij konden hun verbieden om nog langer in deze Naam te spreken.
Maar wat de getuigen hadden gezien, kon niet worden uitgewist: de verworpen Messias, door God opgewekt... en nog altijd werkzaam in kracht onder Zijn volk

Geen opmerkingen:
Een reactie posten