Ik wilde Ananias en Saffira eigenlijk overslaan. Als kind vond ik dit verhaal eng. Twee mensen liegen... en dan zijn ze ineens dood.
Maar ik las het toch. En toen viel me iets op. Vlak hiervoor verkoopt Barnabas een stuk land. Daarna verkopen Ananias en Saffira ook iets van hun bezit. Aan de buitenkant lijkt het op dezelfde toewijding. Maar het is het niet. In Handelingen 5:2 staat in het Grieks het woord nosphizomai: iets voor jezelf achterhouden, iets stiekem apart houden.
En dat woord doet denken aan Achan, die nam van wat aan God gewijd was. Nadab en Abihu, die met vreemd vuur tot God naderden. Bij Uzza, die de ark vastgreep alsof de heilige aanwezigheid van God door mensenhanden beheerd kon worden.
Ze gingen allemaal een grens over. Niet zomaar de grens van een gewone fout. Maar de grens rond Gods heiligheid. Alsof je dichtbij God kunt komen, terwijl je ondertussen zelf de controle houdt. Alsof je iets aan Hem geeft, maar het toch van jezelf laat blijven.
Petrus zegt niet: ‘Jullie hadden meer moeten geven.’Hij zegt: ‘Jullie hebben gelogen tegen de Heilige Geest.’
En zowel Ananias als Saffira wordt persoonlijk aangesproken. Allebei krijgen ze een moment om eerlijk te zijn. Allebei blijven ze toch bij de leugen.
🥹Allebei overleefden ze dat niet.
Hierna sloten mensen zich niet zomaar meer bij de gemeente aan. Niet omdat ze negatief over hen dachten... maar omdat zagen dat het niet iets vrijblijvends was. De apostelen bleven gewoon openlijk onderwijs geven in de zuilengang van Salomo, op het tempelplein.
Iets van mijn oude angst weg. Dit ging niet over zomaar een klein leugentje. Er zat een veel diepere laag onder, die ik als kind niet zag
“Want de HEERE is hoogverheven, toch ziet Hij om naar de nederige, maar de hoogmoedige kent Hij van verre.” Psalm 138:6

Geen opmerkingen:
Een reactie posten