Eerder deze week stond ik bij het raam op zolder en keek ik naar de zonsondergang boven de tuinen, en schuurtjes beneden.
Een vers uit Psalm 113 kwam in me op: misschien lijkt dit een beetje op hoe de HEERE op ons neerkijkt. Maar toen besefte ik hoe menselijk dat beeld eigenlijk was. Ik stond gewoon een beetje naar beneden te kijken vanuit de hoogte...
Maar hij...
Hij is GOD.
Ik ging zitten, sloeg mijn Bijbel open op mijn bureautje en las het Hebreeuws met behulp van verschillende Joodse bronnen. Ik wilde weten wat er nu werkelijk stond… en hoe die woorden aanvoelden.
En toen zag ik iets moois.
De psalm zegt niet alleen dat God vanuit de hemel neerkijkt. Er staat:
Wie is als de HEERE, onze God,
Die zeer hoog woont,
Die Zich neerbuigt om te zien
wat in de hemel en op de aarde is?
Niet alleen de aarde. Zelfs de hemel ligt beneden Zijn grootheid.
En toch buigt Hij Zich neer om te zien.
Dan richt Hij de geringe op uit het stof
en verheft Hij de arme van de mesthoop.
Psalm 113 opent het Hallel: de lofpsalmen die tijdens Pesach en andere Joodse feesten worden gezongen. Ze herinneren aan de God Die Israël uit Egypte bevrijdde.
God Die hoger is dan de hemel, buigt Zich neer. Ook naar mij midden in mijn nood, mijn chaos en alles wat ik zelf niet overzie.
Wie is als de HEER, onze God?

Geen opmerkingen:
Een reactie posten