5 jul 2026

De Bevelhebber van het leger van de HEERE

Door: ONE FOR ISRAEL

Jozua staat bij Jericho. Ineens ziet hij een Man tegenover zich, met een getrokken zwaard in Zijn hand: de Bevelhebber van het leger van de HEERE. Zijn woorden zijn indrukwekkend. Zijn identiteit nog meer. Maar wat vaak wordt gemist, is wat er daarna gebeurt.

Zo verliep de ontmoeting:

Toen Jozua bij Jericho was, sloeg hij zijn ogen op en keek, en zie, er stond een Man tegenover hem met een getrokken zwaard in Zijn hand.

Jozua ging naar Hem toe en zei tegen Hem: “Hoort U bij ons, of bij onze tegenstanders?” En Hij zei: “Nee, maar Ik ben de Bevelhebber van het leger van de HEERE. Nu ben Ik gekomen.”

Toen wierp Jozua zich met zijn gezicht ter aarde, boog zich neer en zei tegen Hem: “Wat wil mijn Heere tot Zijn dienaar spreken?” En de Bevelhebber van het leger van de HEERE zei tegen Jozua: “Doe uw sandalen van uw voeten, want de plaats waarop u staat is heilig.” En Jozua deed dat.
Jozua 5:13-15

Wie is de Bevelhebber van het leger van de HEERE?

Het doet een beetje denken aan de gebeurtenis met de brandende braamstruik, die Jozua’s voorganger meemaakte. Mozes ontmoette de Engel van de HEERE in de woestijn, waar hij de opdracht kreeg om Israël te leiden toen God hen uit Egypte bevrijdde. Hier ontvangt Jozua zijn eigen opdracht voor de volgende fase van Israëls reis, van de Bevelhebber van het leger van de HEERE. Beiden moesten hun schoenen uittrekken, omdat zij in Gods aanwezigheid stonden.

Net als de Engel van de HEERE deelt de Bevelhebber van het leger van de HEERE in de goddelijke natuur. Niet alleen staat Jozua op heilige grond, maar wanneer Jozua de Bevelhebber van het leger van de HEERE aanbidt, zegt Hij niet — zoals een gewone engel zou doen — dat Jozua alleen God moet aanbidden. Hij aanvaardt die aanbidding. Hij is de Messias vóór Zijn menswording: Jesjoea.

Tientallen jaren eerder kreeg Mozes bij de brandende braamstruik te horen:

Ik ben neergekomen om hen te redden uit de hand van de Egyptenaren, en hen uit dat land te leiden naar een goed en ruim land, een land dat overvloeit van melk en honing, naar het gebied van de Kanaänieten, de Hethieten, de Amorieten, de Ferezieten, de Hevieten en de Jebusieten.
Exodus 3:8

En nu zijn ze daar, op de drempel. Het volk Israël was uit Egypte bevrijd en stond nu bij de poort van het beloofde land. Al die volken waren niet langer alleen maar namen in een belofte; zij waren nu een werkelijkheid die tussen Israël en het land in lag.

En toch zei de Bevelhebber van het leger van de HEERE dat Hij niet aan één van beide kanten stond. Interessant.

Gods belofte en plan

Eeuwen eerder, nog voordat zij in Egypte terechtkwamen, had God het hele plan al lang van tevoren aan Abraham bekendgemaakt:

Weet wel dat uw nakomelingen vreemdelingen zullen zijn in een land dat niet van hen is; zij zullen hen dienen en men zal hen vierhonderd jaar onderdrukken. Maar Ik zal ook over het volk dat zij zullen dienen, rechtspreken; daarna zullen zij met veel bezittingen wegtrekken. Maar ú zult in vrede tot uw vaderen gaan; u zult in goede ouderdom begraven worden. De vierde generatie zal hier terugkeren, want de maat van de ongerechtigheid van de Amorieten is tot nu toe niet vol.
Genesis 15:13-16

Alles verliep volgens het tijdschema dat God aan Abraham had verteld, hoe zwaar het ook was voor alle betrokkenen. Er was veel lijden mee gemoeid, maar er viel ook veel te winnen. Wat was het plan precies?

  • Abrahams nakomelingen zouden vierhonderd jaar in Egypte verdrukt worden.
  • God zou hen daaruit leiden met grote bezittingen.
  • De Israëlieten zouden in de vierde generatie terugkeren naar het beloofde land.
  • De ongerechtigheid van de volken in het land moest eerst haar volle maat bereiken voordat zij verdreven zouden worden.

God gaf de bewoners van Kanaän 400 jaar de tijd om hun wegen te veranderen, maar zij bleven zondigen totdat de maat vol was. Nu was het oordeelsdag.

Het plan bevatte lijden, maar ook grote beloften. God had steeds gezegd dat de Israëlieten het land moesten veroveren en de inwoners eruit moesten verdrijven. Voor onze eenentwintigste-eeuwse oren klinkt dat verschrikkelijk, maar God is rechtvaardig. Hij is ook buitengewoon geduldig. Hij zou de zonden die generaties lang in het land begaan werden niet voor altijd laten doorgaan, en Israël was het instrument dat Hij zou gebruiken om Zijn doelen te volbrengen.

Wanneer de HEERE, uw God, de volken die u gaat binnenvallen en uit hun bezit verdrijven, vóór u uitroeit, en u hen verdreven hebt en in hun land woont, wees dan op uw hoede dat u niet in de val gelokt wordt door hen na te volgen, nadat zij voor u uitgeroeid zijn, en dat u niet naar hun goden vraagt en zegt: Zoals deze volken hun goden dienden, zo zal ik het ook doen. U mag tegenover de HEERE, uw God, niet doen zoals zij, want alles wat voor de HEERE een gruwel is, wat Hij haat, hebben zij voor hun goden gedaan. Zij verbranden zelfs hun zonen en hun dochters voor hun goden in het vuur.
Deuteronomium 12:29-31

Net als bij Sodom en Gomorra waren de zonden die zij begingen verschrikkelijk, en veel onschuldigen waren slachtoffer van hun wrede praktijken. God laat lijden niet eindeloos ongehinderd doorgaan. En nu Jozua de Israëlieten naar het beloofde land had geleid, was de tijd voor de volken van Kanaän voorbij... precies zoals God keer op keer had gezegd, vanaf Exodus en verder.

Wanneer Mijn Engel vóór u uit gaat en u brengt bij de Amorieten, de Hethieten, de Ferezieten, de Kanaänieten, de Hevieten en de Jebusieten, en Ik hen uitroei, dan mag u zich voor hun goden niet neerbuigen en hen niet dienen. U mag niet doen overeenkomstig hun werken, maar u moet ze volledig omverwerpen en hun gewijde stenen volledig stukbreken.
Exodus 23:23-24

De resten van Jericho uit de tijd van de verwoesting door Jozua zijn vandaag nog zichtbaar.

Toch waren Jozua en zijn metgezel Kaleb veertig jaar voordat zij op dit punt kwamen twee van de twaalf verspieders die eropuit waren gestuurd om de situatie in het land te bekijken. Terwijl Jozua en Kaleb vertelden over de grote vruchtbaarheid van het land dat overvloeit van melk en honing, kwamen de andere tien terug met een angstaanjagend verslag:

Wij hebben daar ook de reuzen gezien, nakomelingen van Enak, afkomstig van de reuzen. Wij waren in onze eigen ogen als sprinkhanen, en zo waren wij ook in hun ogen!
Numeri 13:33

Met andere woorden: de mensen in het land waren veel groter dan zijzelf, en zij raakten de moed kwijt. Maar Gods bedoeling was om aan hen een einde te maken.

In die context verschijnt de Bevelhebber van het leger van de HEERE.

Aan wiens kant sta jij?

Wanneer Jozua vraagt: “Hoort U bij ons, of bij onze vijanden?” komt het antwoord: “Nee.” Sommigen vatten deze uitspraak zo op dat God niet geïnteresseerd is in oorlog of in partij kiezen, maar weinigen lijken te zien wat er direct na deze ontmoeting gebeurt.

De Bevelhebber van het leger van de HEERE houdt er dan misschien geen lievelingetjes op na, Hij heeft wel plannen en doelen.

Wat er daarna gebeurt, is dat Hij Jozua doorgeeft wat misschien wel de vreemdste gevechtsstrategie ter wereld is: zij moesten Jericho innemen door er zeven keer omheen te lopen en op de sjofar te blazen.

Rachab en haar familie worden gered, maar niemand anders ontkomt. Dezelfde Bevelhebber die weigerde een kant te kiezen, gaf Jozua letterlijk het winnende strijdplan.

Wanneer de HEERE, uw God, u brengt in het land waar u naartoe gaat om het in bezit te nemen, en Hij vele volken van voor uw ogen verdrijft — de Hethieten, Girgasieten, Amorieten, Kanaänieten, Ferezieten, Hevieten en Jebusieten, zeven volken die talrijker en machtiger zijn dan u — en wanneer de HEERE, uw God, hen aan u overgeeft en u hen verslaat, dan moet u hen volledig met de ban slaan. U mag geen verbond met hen sluiten en hun geen genade bewijzen.
Deuteronomium 7:1-2

De Bevelhebber van het leger van de HEERE is misschien niet meer “voor” Israël dan voor de inwoners van Jericho, maar Hij voert wel Zijn uitgesproken doel uit: een einde maken aan de volken in het land. Hij is “voor” gerechtigheid, recht en Zijn eigen verlossingsplan voor de hele mensheid. En ja, Israël werd gebruikt om dat te volbrengen.

Het Hebreeuws voor Bevelhebber van het leger van de HEERE is Sar Tzeva Adonai — aanvoerder van het leger van de HEERE, of van de hemelse legermacht van de HEERE. Hieruit komt ook de gedachte van de HEERE van de legermachten, de HEERE van de engelenlegers. We vergeten vaak dat God hele legioenen engelen tot Zijn beschikking heeft. Hij heeft onze hulp niet eens nodig. Hij kan Zijn vijanden helemaal Zelf bestrijden. Maar misschien is het je opgevallen dat God, ook al doet Hij het zware werk, er bijna altijd voor kiest om mensen te gebruiken en met ons samen te werken, omdat Hij een relationele God is.

De verwoesting van Jericho was niet iets om blij van te worden, maar de eeuwen van zonde die eraan voorafgingen waren dat evenmin. God gebruikte Israël toen, en Zijn bedoelingen met Israël gaan zelfs vandaag nog door, maar Zijn hart is gericht op alle families van de aarde. Hij staat niet simpelweg aan de ene of de andere kant. De Bevelhebber van het leger van de HEERE vervult Gods eigen plannen en doelen, overeenkomstig Zijn woord. Maar dat zal er niet altijd uitzien zoals wij denken dat het eruit zou moeten zien.

De besissende vraag is niet: staat God aan mijn kant? Maar: sta ik aan Zijn kant... nu Hij Zijn plan op aarde verder uitrolt, richting de dag dat Jesjoea terugkomt?

---

ONE FOR ISRAEL (MESSIANIC JEWS IN ISRAEL)
Wij zijn een Israëlische bediening die is samengesteld uit Joodse en Arabische volgelingen van Yeshua (Jezus) die samen Israël tot zegen willen zijn door het evangelie online te delen, en de nieuwe generatie wedergeboren gelovigen les geeft op ons enige Hebreeuws sprekende Bible College in Israël. Ook helpen wij overlevenden van de holocaust door humanitaire hulp te verlenen.

ONE FOR ISRAEL (site)
FACEBOOK: ONE FOR ISRAEL
INSTAGRAM
TWITTER

Geen opmerkingen:

Een reactie posten