Vanuit mijn schrijfkamer keek ik gisteravond hoe de zon onderging. De lucht werd daarna langzaam, langzaam steeds donkerder en ontdekte ik de eerste sterren.
Ik dacht aan wat Spurgeon daar over zei. Zoiets als:
‘Hoop is als een ster… niet zichtbaar in de zonneschijn van voorspoed, maar pas te ontdekken in de nacht van tegenspoed.’
En vanmorgen vroeg ik me af: wat is eigenlijk de context van dat citaat?
Dus zocht ik het op.
Het komt uit Spurgeons preek The Sweet Uses of Adversity, over Job 10:2:
‘Maak mij bekend waarom U met mij twist.’
Hij spreekt daar tot het beproefde kind van God: iemand die het gevoel heeft dat God Zelf tegen hem strijdt. Moeite na moeite. Ziekte. Neerslachtigheid. En die pijnlijke vraag: waarom dan?
Een van Spurgeons antwoorden is: het kan zijn dat de Heer deze beproeving toe laat om zichtbaar te maken wat Hij door Zijn genade al in je heeft gewerkt.
‘O vermoeide ziel, de Heere laat dit toe om de genadegaven in je leven tevoorschijn te brengen. Er zijn genadegaven in je die misschien nooit zichtbaar zouden worden zonder je beproevingen.
Weet je niet dat het geloof nooit zo mooi en zuiver (edel) zichtbaar wordt in de warmte van de zomer als in de kou van de winter? Heb je niet gehoord dat liefde vaak op een glimworm lijkt, die maar weinig licht geeft totdat zij door duisternis wordt omringd?
En weet je niet dat hoop zelf als een ster is… niet zichtbaar in de zonneschijn van voorspoed, maar pas ontdekt in de nacht van tegenspoed?
Begrijp je niet dat beproevingen vaak de donkere achtergrond vormen waarop God de juwelen van de genade in Zijn kinderen legt, zodat ze des te helderder schitteren?’
Ik schrijf het op om niet te vergeten.
Ik val niet uit Gods hand

Geen opmerkingen:
Een reactie posten