24 sep 2026

Worden de Palestijnse werknemers nu ook geboycot?

Waarom ik moeite heb met het Nederlandse handelsverbod op producten uit Israëlische nederzettingen

Sinds 22 september geldt in Nederland een verbod op de invoer, aankoop en verkoop van goederen uit Israëlische nederzettingen in gebieden die Nederland als bezet beschouwt. Ook tussenhandel en het omzeilen van dat verbod zijn verboden. Het gaat niet alleen om een product dat daar helemaal gemaakt is: ook goederen die gedeeltelijk in zo’n nederzetting zijn verkregen of geproduceerd, of grondstoffen en halffabricaten daarvandaan bevatten, kunnen onder het verbod vallen.

Ik ben het daar niet mee eens.

En hoe meer ik erover lees, hoe meer moeite ik ermee krijg en dan vooral omdat de geschiedenis niet zo eenvoudig is als het lijkt.

Ik vraag me af hoeveel mensen eigenlijk weten over welk stukje grond we het hebben. Wat was de Westelijke Jordaanoever vóór 1967? Wie bestuurde het daarvoor? Waarom spreken Israëli’s over Judea en Samaria? Waren daar vóór 1967 Joden? En wat hebben Israël en de Palestijnen later zelf afgesproken over de definitieve status?

Het verhaal begint namelijk niet in 1967.

Was de Westelijke Jordaanoever vroeger een Palestijnse staat?

De Westelijke Jordaanoever was nooit een soevereine Palestijnse staat.

Eeuwenlang maakte het gebied deel uit van het Ottomaanse Rijk. Na de Eerste Wereldoorlog kwam het onder het Britse Mandaat Palestina te vallen. Na de oorlog van 1948 kwam het onder Jordaanse controle. Jordanië bracht de Westelijke Jordaanoever in 1950 formeel onder zijn gezag; die annexatie kreeg internationaal slechts zeer beperkte erkenning. In de oorlog van 1967 kwam het gebied vervolgens onder Israëlische controle.

Dat betekent natuurlijk niet dat er geen Arabische bevolking woonden. Die was er wel. Maar vóór 1967 bestond er op de Westelijke Jordaanoever geen soevereine Palestijnse staat. Er bestaat dus geen historische verhaal zoals dit: hier lag een soevereine Palestijnse staat en Israël nam die in 1967 over.

En wie verder teruggaat dan de twintigste eeuw, komt bovendien uit bij Judea en Samaria. Dat zijn niet zomaar moderne politieke namen die iemand na 1967 heeft bedacht. Delen van het huidige gebied vormden in de oudheid het kerngebied van de koninkrijken Israël en Juda. Samaria was de hoofdstad van het noordelijke koninkrijk Israël; Jeruzalem die van Juda. De precieze grenzen uit de oudheid vallen uiteraard niet één op één samen met moderne grenzen, maar de Joodse en Israëlitische geschiedenis van dit gebied is duizenden jaren oud.

Er woonden eeuwenlang (ook) Joden in dit gebied

Je hoeft trouwens niet eens terug naar koning David om Joodse bewoning in dit gebied te vinden.

Neem Hebron. Daar bestond eeuwenlang een Joodse gemeenschap. In de negentiende eeuw woonden er honderden Joden. In 1929 telde die gemeenschap ongeveer zevenhonderd mensen. In 1929 werd de eeuwenoude Joodse gemeenschap van Hebron aangevallen door een Arabische menigte. Daarbij werden 67 Joden vermoord en tientallen gewond. Tegelijk waren er Arabische inwoners van Hebron die hun Joodse buren verborgen en daarmee levens redden. De overlevenden werden geëvacueerd; een aantal Joodse families keerde in 1931 terug, maar in 1936 liet het Britse bestuur de resterende Joodse inwoners opnieuw evacueren. [1]

Op de foto hierboven: Grot van de Patriarchen (Machpela), Hebron*

Een plaats die voor Joden al eeuwen verbonden was met hun eigen aartsvaders, werd onder islamitisch bestuur als moskee beheerd. Vanaf 1266 mochten Joden het heiligdom zelf niet meer binnengaan. Ze bleven in Hebron wonen en kwamen naar Machpela om te bidden, maar eeuwenlang moesten ze buiten blijven staan.

Daarmee zeg ik niet dat iedere huidige Israëlische nederzetting eeuwenoud is. Dat is niet zo. Er woonde al eeuwen een overwegend Arabischtalige bevolking, naast Joodse en andere gemeenschappen. In de Ottomaanse tijd waren veel van deze inwoners Ottomaanse onderdanen en identificeerden zij zich onder meer met hun stad, hun religie, de Arabische wereld of de bredere Syrische regio.

Een duidelijker Palestijns-Arabisch nationaal bewustzijn ontwikkelde zich vooral in de late Ottomaanse tijd en onder het Britse Mandaat. In die Mandaatperiode speelde ook Hajj Amin al-Husseini, de grootmoefti van Jeruzalem, een belangrijke politieke rol. Zijn Palestijns-Arabische nationalisme bestond al vóór Hitler aan de macht kwam, maar hij zocht vanaf 1933 wel toenadering tot nazi-Duitsland en werkte tijdens de Tweede Wereldoorlog daadwerkelijk met het naziregime samen.

Maar is het stuk land nu bezet of betwist?

Dat wilde ik weten. En dat was best ingewikkeld (juridisch dan)

Nederland, de Verenigde Naties en het Internationaal Gerechtshof spreken over bezet Palestijns gebied. Het Internationaal Gerechtshof oordeelde in juli 2024 dat Israëls voortgezette aanwezigheid in het bezette Palestijnse gebied onrechtmatig is en dat de nederzettingen onderdeel zijn van beleid dat volgens het Hof strijdig is met het internationaal recht. Dat is op dit moment de dominante internationale juridische positie en daarop baseert Nederland mede zijn maatregel.

Israël bestrijdt belangrijke onderdelen van die juridische redenering. 

De Israëlische positie benadrukt onder andere dat er in 1967 geen eerder erkende Palestijnse soeverein over het gebied was en dat Israël en de PLO in de Oslo-akkoorden juist overeenkwamen dat grenzen, Jeruzalem en nederzettingen tot de onderwerpen behoorden die later in onderhandelingen over de definitieve status moesten worden geregeld.

En dat laatste staat inderdaad in Oslo II. De overeenkomst bepaalt expliciet dat onder meer grenzen en nederzettingen in de permanente-statusonderhandelingen zouden worden behandeld en dat geen van beide partijen door het aangaan van de overeenkomst afstand deed van zijn bestaande rechten, aanspraken of standpunten.

Ook de zogenaamde grens van 1967 vraagt enige uitleg. De Groene Lijn was oorspronkelijk de wapenstilstandslijn van 1949. In het Israëlisch-Jordaanse wapenstilstandsakkoord werd uitdrukkelijk vastgelegd dat deze lijn de uiteindelijke politieke of territoriale regeling niet vooruitliep. Dat maakt die lijn niet onbelangrijk, maar wel iets anders dan een destijds overeengekomen definitieve internationale grens.

Dat er tot vandaag geen definitieve grens is, komt ook doordat verdelingsvoorstellen en vredesregelingen in het verleden niet tot een akkoord hebben geleid. Dat begon al vóór de staat Israël bestond. In 1947 stelde de VN een Joodse én een Arabische staat voor. De Joodse leiding accepteerde het plan, terwijl de Arabische leiding het verwierp. Decennia later liepen ook onderhandelingen tussen Israël en de PLO vast. Bij Camp David in 2000 kwam er onder Yasser Arafat geen definitief akkoord, hoewel Israël vergaande territoriale concessies besprak. Enkele maanden later lagen de partijen bij de Clinton Parameters en de gesprekken in Taba dichter bij elkaar dan ooit, maar ook toen kwam er geen vredesverdrag.

Tis te simpel om vandaag over dit gebied te spreken alsof de grenzen en eigendomsvragen helemaal duidelijk zijn, en alleen Israël de spelbreker is omdat het weigert een vaststaande situatie te accepteren. De geschiedenis bestaat afwijzingen, oorlogen en mislukte onderhandelingen. 

En dan besluit Nederland producten te verbieden

Nederland kiest dus voor een handelsverbod.

Wie opzettelijk het invoer-, aankoop-, verkoop-, tussenhandel- of omzeilingsverbod overtreedt, pleegt volgens het besluit een economisch misdrijf. De wettelijke maximumstraf is zes jaar gevangenisstraf, naast de mogelijkheid van een taakstraf of geldboete. De regering zegt er wel bij dat de handhaving naar verwachting vooral zal zijn gericht op structurele en opzettelijke overtredingen.

Nog opvallender vind ik dat de regeling niet vraagt of iemand een bepaald stuk grond rechtmatig bezit. Toen de Tweede Kamer daar expliciet naar vroeg, antwoordde het kabinet dat de oorsprong van een product wordt bepaald aan de hand van de EU-postcodelijst en onafhankelijk is van de vraag wie de rechtmatige eigenaar van het betreffende stuk grond is.

En wat voor producten zijn dat dan?

Dat weet Nederland niet precies. Het kabinet schrijft dat nauwkeurige gegevens ontbreken en noemt op basis van anekdotisch bewijs** vooral landbouwproducten als olijfolie, citrusvruchten, dadels en wijn. De totale Nederlandse import uit deze nederzettingen wordt ruw geschat.

Worden de Palestijnse werknemers nu ook geboycot?

In Israëlische nederzettingen en industriegebieden werken ook Palestijnen.

Volgens de Israëlische Civil Administration waren er in 2020 35.000 geldige vergunningen voor Palestijnen om in Judea en Samaria te werken. In een Knessetcommissie werd in 2024 gemeld dat er vóór de oorlog bijna 40.000 actieve vergunningen waren en op dat moment ongeveer 25.000, waaronder 14.500 in industriegebieden. Dat zijn cijfers van verschillende jaren en dus geen actuele telling voor september 2026, maar ze laten wel zien dat Palestijnse arbeid in deze economie geen marginaal verschijnsel is.

De Nederlandse regering is daarover bevraagd. En het antwoord vind ik eerlijk gezegd onthutsend. Het kabinet zegt dat het niet kan vaststellen of en op welke manier de Palestijnse economie door dit Nederlandse sanctiebesluit wordt geraakt, omdat goede cijfers ontbreken. Het kan niet geheel uitsluiten dat Palestijnse gezinnen en bedrijven geraakt worden. En toen gevraagd werd of Palestijnse gezinnen in zo’n productieketen relatief harder getroffen zouden kunnen worden dan Israëlische bedrijven, antwoordde het kabinet: nee, dat kan niet worden uitgesloten.

Nederland erkent bovendien dat er gemengde Israëlisch-Palestijnse productieketens bestaan, maar beschikt niet over aantallen.

Dat vind ik moeilijk te begrijpen... je voert een maatregel in die bedoeld is om niet bij te dragen aan een situatie die volgens Nederland de rechten van Palestijnen schaadt, maar je weet tegelijkertijd niet of je met die maatregel Palestijnse werknemers en hun gezinnen financieel raakt.

Mijn bezwaar

Voor mij voelt dit als meten met twee maten.

Niet omdat ik vind dat iedere Israëlische claim automatisch juist is. Niet omdat de Arabische geschiedenis er niet toe doet. Ook niet omdat alle nederzettingen historisch of juridisch hetzelfde zijn Maar ik vind het te gemakkelijk om een buitengewoon ingewikkeld stuk land terug te brengen tot één verhaal waarin de Joodse geschiedenis verdwijnt en Nederland vervolgens via zijn eigen strafrecht economische grenzen trekt.

De Westelijke Jordaanoever was vóór 1967 geen soevereine Palestijnse staat. Daarvoor viel het gebied onder Jordanië, daar weer voor onder het Britse Mandaat en dáárvoor eeuwenlang onder het Ottomaanse Rijk. Wie nòg verder teruggaat, komt uit bij Judea en Samaria, waar Israëlitische koninkrijken bestonden.  

De ingewikkeldheid ís het verhaal.

Ik zou liever zien dat Nederland voorzichtiger was met zo’n vergaande economische maatregel. Dat eerst serieus wordt onderzocht welke mensen ermee worden geraakt. Israëlische ondernemers maar ook Palestijnse werknemers die gewoon ook naar die fabriek of boomgaard gaan om hun gezin te onderhouden. Ik ben er niet van overtuigd dat dit verbod hen helpt. 

Nederland presenteert dit als een principiële maatregel, terwijl het zelf erkent niet goed te weten welke economische neveneffecten er voor Palestijnen zullen zijn. Hoe dan...

__

Geraadpleegde bronnen:

Rijksoverheid, Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), Tweede Kamer der Staten-Generaal, Internationaal Gerechtshof (ICJ), Verenigde Naties / UNISPAL, VN-Veiligheidsraad, Israëlische overheid (gov.il), Knesset, Encyclopaedia Judaica / Encyclopedia.com, United States Holocaust Memorial Museum, Cambridge University Press, Clinton Presidential Library / White House Archives.

*Historische foto van Joodse mannen bij de zevende trede van Machpela, begin 20e eeuw. Digitale inkleuring/bewerking met ChatGPT. Oorspronkelijke fotograaf onbekend.

**Anekdotisch bewijs is een conclusie die vooral steunt op persoonlijke ervaringen of losse voorbeelden, in plaats van op systematisch onderzoek. Zo’n ervaring kan relevant zijn, maar bewijst op zichzelf niet dat iets algemeen geldt of dat er een oorzakelijk verband is.

[1] Aanval op Hebron. De aanval op de Joodse gemeenschap van Hebron kwam voort uit de onlusten die kort daarvoor in Jeruzalem waren uitgebroken. Rond de Westelijke Muur waren de spanningen sterk opgelopen en er verspreidden zich geruchten dat Joden islamitische heilige plaatsen bedreigden en moslims zouden hebben gedood. Vanuit Jeruzalem sloeg het geweld over naar andere plaatsen, waaronder Hebron. Op de achtergrond speelde daarnaast al langer Arabisch verzet tegen het zionisme en angst voor de gevolgen van de groeiende Joodse immigratie en het Joodse Nationale Tehuis.

Lees ook: Hoe zat het ook al weer met Palestina?

De stukjes op deze blog zijn het resultaat van mijn eigen onderzoek en mijn eigendom. Je mag best iets delen maar niet zonder mijn toestemming.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten